BLOG | Sporten of bewegen?!

Wanneer je het hebt over een gezonde leefstijl mag naast goede voeding ook voldoende lichaamsbeweging natuurlijk niet ontbreken. Wanneer ik dit onderwerp in mijn praktijk bespreekbaar maak hoor ik veelal een reactie als: “Ja maar ik houd echt niet van sporten hoor!”. Ik merk dat er een bepaalde beleving rondom dit onderwerp heerst, alsof het alleen ‘telt’ wanneer je bij wijze van spreken jezelf minimaal vijf dagen per week in het zweet werkt in de sportschool. Maar is dat eigenlijk wel zo? Wanneer profiteer je van de gezondheidsaspecten van (meer) bewegen? Hoe start je en hoe zorg je er voor dat deze veranderingen ook stand houden?

Beweegrichtlijnen*

Laten we allereerst eens kijken naar de richtlijnen voor bewegen, deze zijn opgesteld voor de Gezondheidsraad. Voor volwassenen geldt:

Bewegen is goed, meer bewegen is beter

– Doe minstens 150 minuten per week aan matig intensieve inspanning, verspreid over diverse dagen. Langer, vaker en/ of intensiever bewegen geeft extra gezondheidsvoordeel

– Doe minstens tweemaal per week spier- en botversterkende activiteiten, voor ouderen gecombineerd met balansoefeningen

– En: voorkom veel stilzitten

Onder matig intensief wordt verstaan activiteiten waar je lichaam wel voor moet werken maar waardoor je nog niet buiten adem raakt. Bij matig intensief bewegen merk je wel dat je hartslag omhoog gaat en je sneller gaat ademen. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij een stevige wandeling, fietsen of het hevig poetsen van je huis. Deze vorm van bewegen doen we in het dagelijks leven dus vaker dan we denken!

De 150 minuten kunnen overigens ook worden ingevuld met intensief bewegen waarbij je dus wél buiten adem zult raken. De belangrijkste boodschap is om het niveau en de intensiteit aan te passen op jouw conditie en sportverleden. Doe wat goed voelt en bouw dit op.

Motivatie

Nu we weten wat er van ons ‘verwacht’ wordt is de vervolgvraag natuurlijk: “Hoe ga je daar dan mee starten?!”

Het allerbelangrijkste is om je motivatie te ‘toetsen’. Waarom wil je (meer) bewegen? Enkel het antwoord: ‘Omdat het goed voor me is’ ga ik bij deze niet mee akkoord. Want wáárom is het goed voor jou? Wat wil / hoop je te bereiken? Welk effect ga je merken als je dit gaat doen? Wat is een belangrijk resultaat voor je? Oftewel: Wat maakt (meer) bewegen voor jou waardevol?

Maak dit zo concreet mogelijk. Bijvoorbeeld: “ik wil graag een potje kunnen voetballen met mijn kinderen, door meer te gaan bewegen heb ik daar straks veel meer energie voor” of “door te wandelen met een wandelgroep ontmoet ik nieuwe mensen, ik vind het belangrijk om meer mijn huis uit te komen”. Wanneer je voor ogen houdt wáárom je iets wil, is het makkelijk om dit ook daadwerkelijk te gaan doen. Ook zijn dit de redenen die je er bij kan pakken om het moment dat je je motivatie dreigt te verliezen.

Plan

Vervolgens is het van belang om dit gewenste resultaat te vertalen in een concreet doel en een plan. Zoals bij iedere verandering kost het tijd en moeite om dingen anders te gaan doen. Oude routines worden doorbroken en maken plaats voor nieuw (beweeg)gedrag. Ook hierbij geldt: hoe specifieker je acties en plannen zijn, hoe makkelijker het wordt om je hieraan te houden.

En nu klinkt bovenstaande wellicht ietwat heftig, maar dat hoeft zeker niet zo te zijn. Ga, zeker in het begin, voor kleine veranderingen door beweegmomenten in je dag te creëren. Ben je bijvoorbeeld voor je werk veel onderweg? Parkeer je auto dan wat verder weg. Veel aan het telefoneren? Dat kan ook lopend! Of wat dacht je van een rondje tijdens je lunchpauze of het standaard nemen van de trap in plaats van de lift?

Ga op onderzoek uit!

Om je beweegactiviteiten vervolgens uit te bouwen is het waardevol om op onderzoek uit te gaan. Want het feit dat de buurman, je oom en je zus zich graag in het zweet werken in de sportschool betekent natuurlijk niet dat dat voor jou ook de oplossing is. Bepaal daarom wat je leuk vindt en wat je belangrijk vindt in een activiteit. Zoek je bijvoorbeeld iets wat je in een team kan doen of juist individueel? Binnen of buiten? Waar had je vroeger veel plezier in? Ga op onderzoek uit, plan kennismakingslessen, raak vertrouwd met de activiteit en bouw dit uit naar de intensiteit die jij voor ogen hebt. Ervaar dat er zó veel meer mogelijk is!

Vergeet je valkuilen niet!

Tenslotte is het goed om ook je valkuilen alvast onder de loep te nemen. Wanneer denk je dat je jouw motivatie zou kunnen verliezen? Wanneer winnen de smoesjes het van de goede voornemens? Misschien is dat op het moment waarop je geen stok achter de deur hebt. Zorg dan voor een (beweeg)maatje waarmee je samen op pad kan gaan of sluit aan bij een teamactiviteit. Weet je bijvoorbeeld van jezelf dat wanneer je ’s avonds nog moet bewegen dat de kans klein is dat je dat gaat doen? Zorg dan dat je ’s ochtends alles al klaar hebt liggen zodat je dan je beweegmoment kan pakken. Bedenk goede alternatieven en maak je plan daarmee compleet.

Maak bewegen logischer en onthoudt, je profiteert al van de gezondheidsvoordelen wanneer je meer beweegt dan gisteren!

 

 

 

*Bron:

Gezondheidsraad. (2017). Beweegrichtlijnen 2017. Geraadpleegd op 5 november 2018, van https://www.gezondheidsraad.nl/documenten/adviezen/2017/08/22/beweegrichtlijnen-2017

 

196 totaal aantal vertoningen, 1 aantal vertoningen vandaag

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Facebook
Facebook
LINKEDIN
INSTAGRAM