COLUMN | Vechten tot de laatste seconde

Zaterdag waren we onverwacht een dag vrij. Onze tegenstander besloot al na een paar competitiewedstrijden dat het mooi was geweest en trok hun team terug uit de competitie. Na een aantal dikke nederlagen was verder gaan blijkbaar geen optie. Ik heb godzijdank nog nooit in zo’n team gezeten, maar wat moet dat ongelofelijk NIET leuk zijn om in te voetballen.

Of het nou wel of niet gerechtvaardigd is om al in zo’n vroeg stadium van de competitie de brui er aan te geven: zo’n team zal nauwelijks gemist worden en een overwinning van minimaal tien goals verschil doe je mij geen plezier mee. Ik wil zwaarbevochten overwinningen, geen overwinningen waarin ik niks te doen heb. Daarvoor zit ik niet op voetbal.

Ik herinner me wedstrijden tijdens mijn jeugdjaren waarin we een paar keer wonnen met een nulletje of twintig. Ik scoorde als verdediger niet veel, maar zelfs in dit soort wedstrijden mocht ik er een paar noteren. Blijkbaar kenden we geen genade destijds voor onze zwakke tegenstander. Maar als kleine jongen wekelijks zo’n nederlaag om je oren krijgen kan gewoon niet leuk zijn.

In latere jaren werden we natuurlijk meer op niveau ingedeeld, in plaats van op afstand, en dat beviel een stuk beter. Scores kwamen met snel meer boven de tien uit, een bekerwedstrijd in de eerste ronde uitgezonderd misschien.

Andersom kregen we gelukkig nauwelijks echt klop, of het moet die oefenwedstrijd tegen een Ajax-jeugdteam zijn geweest. Die verloren we met 10-1, al was dat nog enigszins gerechtvaardigd. Een 7-2 nederlaag op latere leeftijd was misschien de meest dramatische wedstrijd ooit. Ik werd al voor de rust gewisseld en ik gaf de trainer nog beleefd antwoord ook op zijn vraag of ik de avond ervoor wel rustig aan had gedaan, of dat er misschien iets anders aan de hand was. Ik was toen een jaar of zestien en voetbal op het hoogste amateurniveau was keihard, ook in de jeugd.

Die weinige oorwassingen van vroeger zijn me wel altijd bijgebleven en één ding is zeker. Het creëerde in ieder geval de nodige strijdlust door de jaren heen. En zelfs nu, in mijn laatste jaar, verlies ik liever met 4-1 dan 4-0. Ik kan me dan me dan ook ontzettend kwaad maken als teamgenoten vijf minuten voor het einde al de handdoek in de ring werpen. Alsof hard werken en doorgaan tot de laatste minuut verdorie een zeldzame eigenschap is geworden.

Ik heb vroeger altijd hard moeten werken om het hoogste amateurniveau te bereiken. Ik was nooit de langste speler, dus ik moest iets anders verzinnen. Het harde, harde werken werd uiteindelijk wel steeds beloond. Het ‘vechten’ werd zelfs een heus handelsmerk en zelfs nu, als ‘bijna voetbalpensionado’ wil ik van geen wijken weten. Ik trek wat vaker aan de noodrem, dat dan weer wel. Lachend zelfs. Opgeven wil ik nog steeds niet. Uit de competitie stappen vind ik dan ook een vrij rigoureuze stap. Ik zou bijna willen concluderen dat het blijkbaar een team was zonder ruggengraat, maar dat zou iets te kort door de bocht zijn. Er zijn vast nog een paar redenen voor. Zie je? Ben ik in al die jaren blijkbaar toch stiekem iets softer geworden.

Onze mid-mid neemt na dit seizoen na 28 seizoenen afscheid van het  amateurvoetbal. Hij zag spelers en trainers komen en gaan, deelde lief en leed met teamgenoten en zag zowel de top als de kelder van het amateurvoetbal. In een wekelijkse column neemt hij je mee tijdens zijn laatste seizoen en zijn avonturen uit het verleden. Lees ook zijn vorige column.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Facebook
Facebook